[Column] Overgave

Je ziet ze tegenwoordig steeds vaker: jonge vrouwen die in trendy koffiebars zitten te schrijven. Niet op een laptop, maar met een balpen en in een cahier. Houden ze een dagboek bij, werken ze aan hun debuutroman of aan het kladje van een liefdesbrief?

Soms heb ik zelf een inval of een idee die ik noteren wil, maar dan kom ik bedrogen uit. Een pen heb ik meestal op zak, maar mijn notitieboekje vergeet ik systematisch en het gebeurt dat ik zonder leesbril onderweg ben.

Ik zal actie ondernemen en mijn leven beteren. Het moet prachtig zijn om na een tocht door de stad met één of twee tussenstops voor cafeïne thuis te komen met een paar rake observaties.

Ik ben jaloers op die schrijvende meisjes. Voor hun kunde om drukte en lawaai af te blokken. En hun overgave. Hele volzinnen pennen ze neer. Wanneer ze hun schriftje laten liggen om een nieuwe kop witte thee met havermelk (of iets van die strekking) te bestellen of een plas te maken, moet ik mezelf bedwingen om er niet even in te kijken.

Maar dat doe ik niet. Stel je voor dat zo’n jonge vrouw vroegtijdig terugkeert van toog of toilet en een onbekende man van vijfenzestig ziet bladeren in haar zielenroerselen. Ik mag er niet aan denken.

Nee, dan liever jaloezie. En zo blijft het mysterie in stand. Dat is tenslotte de bedoeling van mysteries. Anders werden ze niet uitgestort over ons levenspad.

Gisteren zag ik zo’n jonge vrouw vlijtig schrijven met een “vierkleurenbic”. Zo noemden wij die toen ik in de jaren 1960 naar de lagere school ging: een balpen met vier vullingen – een blauwe, een rode, een groene en een zwarte – en even veel knopjes om telkens een vulling  te kunnen gebruiken.

Dat Bic, de Franse producent van balpennen, aanstekers en wegwerpscheermesjes, die dingen nog produceert, verbaast mij niet. Maar dat ze vandaag een begerenswaardig accessoire zijn – je ziet ze overal – vind ik dan weer wel, ja, een mysterie.   

Naar verluidt, vinden wij, oudere witte mannen, lezende – en bij uitbreiding schrijvende – vrouwen gevaarlijk. Op dat punt pleit ik evenwel onschuldig: ik val voor lezende vrouwen en lees zelf boeken die door vrouwen werden geschreven. En de constatering dat anderen, wie ze ook zijn, met zoveel passie schrijven, doet mij “deugd”, zoals dat heet.

Misschien is dat wel het belangrijkste: passie, overgave. Ik heb zo lang mijn best gedaan om de knepen van het vak onder de knie te krijgen – als journalist, als romancier, als scenarioschrijver – dat ik weleens het gevoel heb dat ik ze onderweg ben kwijtgespeeld.

Twintig jaar geleden schreef ik een monografie over de Mechelse kunstschilder Beniti Cornelis. Hij vertelde hoe hij op een bepaald ogenblik in zijn loopbaan had vastgesteld dat hij van nul moest herbeginnen en weer moest schilderen als een kind.

Dat was, geloof ik, ook al het credo van de schilders van de Cobra-beweging in de jaren 1950 en dus niet heel origineel. Maar wie weet, moet ik ook zoiets proberen, iets analoogs, met schrijven.

In afwachting steek ik in mijn rugzak: een leesbril, een (gewone) balpen en een notitieboekje.