[Column] Vitalski’s Dinsdagclub

Chaos, muziek, poëzie, danseressen, burlesque-acts en andere performances, van iets na zeven tot bijna tien uur ’s avonds op het podium in de kelder van boekhandel De Groene Waterman.

Met blauw geschminkt gezicht praat ceremoniemeester Vitalski de show welsprekend aan elkaar. Hij roept de opeenvolgende artiesten naar voren – soms ook voor een onvoorbereid intermezzo dat nodig blijkt om de tijd te vullen die de technicus nodig heeft om versterkers en instrumenten in- of uit te pluggen.

Van enigszins gerimpelde oude hippies tot beeldschone tieners, zo divers is het publiek. Het participeert enthousiast en drinkt glazen wijn. Groepjes die te luid praten roept Vitalski streng tot de orde opdat een dichter en een operette-aria’s zingende dame op leeftijd zich verstaanbaar kunnen maken.

Plezier, absurditeit, spontane invallen en af en toe een blote vrouwenbil: ziedaar Don Vitalski’s Dinsdagclub, een wekelijks cabaretesk gebeuren, vandaag aan zijn tiende editie al, waarvan ik blij ben dat het niet in de krant komt, anders zat het hier vol aanstellerige culturo’s.

Ik ben in het gezelschap van de beminnelijke Pierrette COffrée, de pijprokende nimf met de Baskische muts die zelf het podium bestijgt voor een korte interventie en voel mij daarom meteen belangrijk.

De humor onder het eeuwenoude tongewelf valt niet na te vertellen – ik probeer het dan ook niet. Dit dadaïstisch circus speelt zich niet in mijn dimensie af, maar ik voel mij perfect op mijn gemak.

Ik luister naar een rappende, piepjonge West-Vlaamse en naar Deborah Ostrega en Ernst Löw en Ben van Looy om maar enkelen te noemen. Kloot per W. (gitaar en zang) en Jan Hautekiet (piano) spelen Sweet Jane en katapulteren mij zo terug naar de jaren zeventig.

Teleurstellen doen mij alleen de enkelingen die zichzelf au sérieux nemen. Maar ook dat zie ik voor de gelegenheid door de vingers.

In afwachting van de onvermijdelijke oversteek naar café De Kat praten we na afloop na op de stoep voor de boekhandel. Een jonge dichter – ziet hij dat Pierrette en ik geen item zijn of is het branie? – klampt haar aan.

“Schrijf je poëzie?” wil de kleverd weten, en “Waarom breng je niet iets van jezelf? Ik zou willen horen wie jij bent.”

Je probeert een vrouw al te manipuleren terwijl je haar haar nog staat te versieren, denk ik, er is echt niets nieuws onder de zon.

Maar ik ben Pierettes vader/vriend/hoeder niet en raak zelf betrokken bij de warrige discussie tussen twee beschonken vrouwen over de locatie van een café waarvan de precieze naam geen van beiden blijkt te kennen.

Dan hoor ik Pierrette zeggen – ja, ze zegt het echt –  “Ik zit in de dingen die ik doe” en ik denk: precies, dat is hoe een kunstenaar, een echte, te werk gaat, zij/hij doet of maakt dingen en misschien blijkt daaruit onrechtstreeks wie zij/hij is, zo hoort het, voor de expliciete uitleg van emoties (die toch bij iedereen hetzelfde zijn) moet je haar/hem niet lastigvallen.

Hoe juist en hoe gedecideerd heeft ze dat geformuleerd. De overigens zeer middelmatige dichter heeft er niet van terug en druipt af, op zoek naar andere avonturen.

Eclectisch en chaotisch artistiek vertoon op een minuscule Bühne en een even wijs als welluidend inzicht. Dank u, Vitalski, voor de Dinsdagclub en wat ze aanricht in de hersens van de mensen. Dank u, Pierrette, voor het op sleeptouw nemen van deze oude stukjesschrijver.